Waarover kun je met je kind praten
Begin bij het dagelijks leven. Wat gaat prettig, wat is lastig en welke informatie mist je kind? Daarmee ontstaat een concreter gesprek dan met de vraag bij wie het kind het liefst wil wonen.
Mogelijke vragen, aangepast aan het kind, zijn:
- Wat wil je graag weten over de komende weken?
- Hoe gaat het meenemen van je spullen tussen de huizen?
- Welke dingen van school of sport moeten we goed regelen?
- Wat maakt een wisseldag voor jou prettig of lastig?
- Zijn er momenten waarop je niet weet aan wie je iets kunt vragen?
Dit is geen vragenlijst die helemaal moet worden afgewerkt. Een kort gesprek kan al een bruikbaar aanknopingspunt geven. Laat ruimte voor een onderwerp dat je zelf niet had bedacht.
Je kind betrekken zonder de beslissing neer te leggen
Ouders blijven verantwoordelijk voor de afspraken. Maak vooraf duidelijk welke vragen je stelt en hoe je de inbreng van je kind meeneemt in het overleg.
Uitleggen wat je met de mening van je kind doet
Leg uit waarvoor je de informatie gebruikt. Bijvoorbeeld: “Wij maken afspraken over de komende weken. We willen weten hoe jij die dagen ervaart, zodat we daarmee rekening kunnen houden.”
Luisteren betekent niet dat iedere wens wordt uitgevoerd. Ouders moeten ook rekening houden met veiligheid, haalbaarheid en andere belangen van het kind. Het NJi benadrukt zowel het luisteren naar de mening van kinderen als het uitleggen van de uiteindelijke afspraken. Lees de toelichting van het Nederlands Jeugdinstituut.
Een wens vertalen naar een praktische afspraak
Fictief voorbeeld: een kind zegt niet meer op donderdag te willen wisselen. In het gesprek blijkt dat op donderdag vaak sportkleding in het andere huis ligt. Dat kan een vraag over de organisatie van spullen zijn. Het is niet zonder meer een wens om minder tijd met een ouder door te brengen.
Bereid als ouders de uitleg voor
Bespreek vooraf welke praktische veranderingen zeker zijn en waarover nog geen besluit bestaat. Vertel geen definitief rooster als jullie daar nog over onderhandelen. Geef ook aan wanneer je op een openstaande vraag terugkomt.
Vermijd dat het kind dezelfde keuzevraag steeds opnieuw krijgt van verschillende volwassenen. Als ouders iets verschillend hebben begrepen, bespreek dat eerst met elkaar of met een begeleider. Vraag het kind niet om te bewijzen welke ouder gelijk heeft.
Bij jonge kinderen kan het moeilijker zijn om ervaringen in woorden te vertellen. Beschrijf observaties zorgvuldig en trek geen snelle conclusies uit één reactie. Als er zorgen zijn over ontwikkeling of welzijn, kan iemand met passende deskundigheid helpen beoordelen wat het kind nodig heeft.
Wat leg je vast in het ouderschapsplan
Beschrijf op een feitelijke manier hoe de betrokkenheid is georganiseerd. Bijvoorbeeld wanneer over de dagelijkse planning is gesproken en welke praktische aandachtspunten daaruit naar voren kwamen. Neem alleen informatie op die nodig is voor de afspraken.
Een bruikbare uitwerking verbindt een aandachtspunt aan een afspraak. Als spullen tijdens wissels ontbreken, kan worden vastgelegd hoe kleding en schoolmateriaal beschikbaar blijven. Als de planning onduidelijk is, kan een voor het kind begrijpelijke kalender worden gemaakt.
Het ouderschapsplan hoeft geen woordelijk verslag van gesprekken met het kind te worden. Bespreek vooraf wat wordt gedeeld, met wie en met welk doel. Maak geen belofte van volledige geheimhouding die later niet kan worden waargemaakt.
Bespreek met je kind wat er met de inbreng is gedaan
Je kind betrekken bij het ouderschapsplan stopt niet na het eerste gesprek. Vertel welke afspraken jullie hebben gemaakt, wat die voor de komende weken betekenen en waar het kind later met vragen terechtkan.
Leg een besluit begrijpelijk uit
Fictief voorbeeld: een kind wil op een wisseldag na school bij een vriend spelen. Ouders spreken af dat het ophalen die dag bij de vriend gebeurt. Zij leggen het kind uit wie komt en hoe laat. Zo krijgt een concrete behoefte een plek zonder dat het kind de hele zorgregeling hoeft te bepalen.
Vraag later naar de dagelijkse ervaring
Vraag na de start bijvoorbeeld of het kind de planning begrijpt en of belangrijke spullen op de juiste plek zijn. Maak van ieder antwoord geen stem voor of tegen een ouder. Als terugkerende problemen aanpassing vragen, bespreken de ouders een wijziging van het ouderschapsplan.
Het kindgesprek bij de rechter is een afzonderlijk gesprek
Een gesprek met ouders of een begeleider is iets anders dan een kindgesprek bij de rechtbank. Volgens de huidige informatie van Rechtspraak worden kinderen vanaf acht jaar uitgenodigd; bij alimentatiezaken geldt vanaf zestien jaar. Deelname is niet verplicht en het kind mag ook schrijven. De mening telt mee, maar het kind beslist niet zelf. Bekijk de actuele uitleg over het kindgesprek.
Bereid je kind niet voor op een “juist antwoord”. Geef uitleg over het doel en laat ruimte voor eigen woorden. De uitnodiging van de rechtbank bevat informatie over het concrete gesprek.
Je kind betrekken en afspraken laten aansluiten
Bij het uitwerken van een ouderschapsplan bespreken we hoe de ervaringen van jullie kind een passende plek krijgen. Ik begeleid het ouderoverleg in Zeist of online. Lees ook over communicatie tussen ouders. Loopt het overleg over bestaande afspraken vast, bekijk dan hoe ouderschapsmediation kan helpen. Neem contact op om jullie hulpvraag te bespreken.